Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

This page is not yet available in English.

This page is currently only available in its original language. You can continue here, or head to the English homepage.

Geen sluitend bewijs

We hebben onze site vernieuwd, maar het dossier is nog niet helemaal gesloten. Zie je een bug? Beschouw het als bewijsmateriaal!

Spraak-, taal- en audio-onderzoek

Forensisch Onderzoek

Spraak-, taal- en audio-onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is onder te verdelen in spraakonderzoek, transcriptie en technisch onderzoek aan geluidsopnamen.

Wat houdt spraak-, taal- en audio-onderzoek in?

Bij vergelijkend spraakonderzoek vergelijkt de forensisch onderzoeker geluidsopnamen van gesprekken die te maken hebben met een misdrijf, met geluidsopnamen van (meestal) de verdachte.

Transcriptie is een schriftelijke weergave van de geluidsopname. Het technisch onderzoek richt zich op de vraag of een geluidsopname met een bepaald apparaat is gemaakt en of de opname gemanipuleerd is.

Een voorbeeld: getapt telefoongesprek

In een door de politie opgenomen telefoongesprek bespreken de gespreksdeelnemers de mogelijkheid om een vuurwapen, dat een van hen gebruikt heeft tijdens een overval, te verbergen. Van de politieverhoren van de twee verdachten van een gewapende overval zijn geluidsopnamen gemaakt. Alle opnamen worden aangeboden bij het NFI voor onderzoek.

Spraak-, taal- en audio-onderzoek is onder te verdelen in spraakonderzoek, transcriptie en technisch onderzoek aan geluidsopnamen.

Onderzoeksvragen

  • Heeft een verdachte deelgenomen aan een telefoongesprek?
  • Wat is de inhoud van een geluidsopname?
  • Gaat het om een bewerkte of onbewerkte opname?

Onderzoekstechnieken

  • Als het onderzoeksmateriaal daarvoor geschikt is wordt een zogenaamde ‘evidence line-up’ samengesteld: fragmenten van de sprekers uit het telefoongesprek, de fragmenten uit de verhoren en fragmenten van andere sprekers worden in willekeurige volgorde achter elkaar gezet. De spraakonderzoeker groepeert de fragmenten en legt daarmee relaties tussen de fragmenten.
  • Uitgebreide auditief-akoestische analyse van het volledige onderzoeksmateriaal. Hierbij maakt de onderzoeker een analyse van de spraakuitingen uit het telefoongesprek, het zogenaamde betwiste materiaal en van de spraakuitingen van de verdachten uit de verhoren, het vergelijkingsmateriaal.

Bij het interpreteren van de resultaten houdt de onderzoeker altijd rekening met de gesprekssituatie en de opnameomstandigheden omdat deze van invloed zijn op de manier waarop iemand spreekt. Zo wordt bijvoorbeeld tijdens een politieverhoor anders gesproken dan in een telefoongesprek tussen bekenden.