Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

This page is not yet available in English.

This page is currently only available in its original language. You can continue here, or head to the English homepage.

Geen sluitend bewijs

We hebben onze site vernieuwd, maar het dossier is nog niet helemaal gesloten. Zie je een bug? Beschouw het als bewijsmateriaal!

Niet-humane biologische sporen

Forensisch Onderzoek

Een moddervlek op de zijkant van een auto, een blaadje onder een schoen en de veer van een havik hebben twee dingen met elkaar gemeen: het zijn niet-menselijke biologische sporen en ze zitten vol forensisch interessante informatie.

Of het nou gaat om een levensdelict, een zedenzaak, een ontvoering, diefstal of handel in beschermde dieren en planten, bij al deze delicten kunnen niet-humane biologische sporen een rol spelen.

Wat zijn niet-humane biologische sporen?

Niet-humane biologische sporen zijn sporen die afkomstig zijn van andere levensvormen dan de mens, zoals sporen van planten, dieren en bacteriën. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoekt niet-humane biologische sporen om te achterhalen of er een verband is tussen bijvoorbeeld personen, voertuigen en locaties. Ook kan het helpen bij het reconstrueren van vluchtroutes of het aantonen dat iemand handelt in verboden planten en dieren.

Een voorbeeld: 

Omstreeks 9.00 uur ontdekt een wandelaar in een bos op de Veluwe het levenloze lichaam van een vrouw en een dode chihuahua. De politie heeft na uitgebreid tactisch onderzoek al snel een verdachte op het oog. De verdachte ontkent alle betrokkenheid. Hij kent de vrouw en het hondje niet en beweert ook dat hij nooit in het betreffende bos is geweest. Bij de doorzoeking van de woning van de verdachte neemt de politie de auto en de jas in beslag.

Het NFI onderzoekt niet-humane biologische sporen om te achterhalen of er een verband is tussen bijvoorbeeld personen, voertuigen en locaties.

Onderzoeksvragen

  • Welke niet-humane biologische sporen zijn op of in de auto aanwezig?
  • Welke niet-humane biologische sporen zijn op of in de jas aanwezig?
  • Is er een verband tussen de niet-humane biologische sporen op de auto en jas en de niet-humane biologische sporen op de plaats delict in het bos?

Onderzoekstechnieken

Om vast te stellen welke niet-humane biologische sporen in en op de auto en de kleding aanwezig zijn worden ze uitgebreid met het blote oog onderzocht.

Moddervlekken

Op de zijkant van de auto zitten moddervlekken. De onderzoeker vergelijkt de moddervlekken met grondmonsters uit het bos. Hij kijkt daarbij naar de uiterlijke kenmerken en onderzoekt voor het blote oog onzichtbare kenmerken:

  • het stuifmeel dat van planten in de grond terechtkomt
  • de bacteriën die in de grond leven
  • de chemische elementsamenstelling

Berkentakje

Aan de onderkant van de auto vindt de onderzoeker een takje dat vastzit tussen de uitlaat en het chassis. Het takje blijkt te klein om met het blote oog te bepalen van welke plant het afkomstig is. Uit een klein stukje van de tak haalt hij DNA, dat hij vergelijkt met DNA-gegevens in een database. Daaruit blijkt dat het om een takje van een berkenboom gaat. In het bos, op de plaats delict, staan meerdere berken, evenals bij de woning van de verdachte.

Het NFI beschikt over een DNA-methode waarmee individuele kenmerken van berken van elkaar zijn te onderscheiden. Dit werkt op dezelfde manier als de methode waarmee het NFI DNA-profielen van mensen bepaalt. De onderzoeker bepaalt het DNA-profiel van het takje en vergelijkt deze met de berken op de plaats delict en de berken bij de woning van de verdachte.

Hondenhaar

De onderzoeker vindt een dierenhaar op de jas van de verdachte. Microscopisch onderzoek kan niet duidelijk maken om wat voor soort dier het gaat. Daarom haalt hij DNA uit de haar. Een snelle test die vijftien veelvoorkomende diersoorten kan onderscheiden, maakt duidelijk dat het om een hondenhaar gaat.

Van de hondenhaar gevonden op de jas van de verdachte weet de onderzoeker een volledig DNA-profiel te bepalen. Met dit profiel kunnen net als bij berken en mensen individuen onderscheiden worden. De onderzoeker bepaalt ook het DNA-profiel van de chihuahua en vergelijkt de twee profielen.

Mogelijke uitkomsten

  • De onderzochte kenmerken van de moddervlekken van de auto en de grondsporen van de plaats delict hebben veel overeenkomsten.
  • Het DNA-profiel van het berkentakje ‘matcht’ met een berk op de plaats delict en niet met een van de berken achter het huis van de verdachte.
  • Het DNA-profiel van de hondenhaar ‘matcht’ met het DNA-profiel van de chihuahua.
  • De moddervlekken en het berkentakje ondersteunen het scenario dat de auto van de verdachte in het bosperceel op de Veluwe is geweest en de ‘match’ van de hondenhaar past niet bij de bewering van de verdachte dat hij de chihuahua niet kent.