Forensisch artsen bij het NFI onderzoeken letsels bij volwassenen en bestuderen medische beelden zoals MRI’s en röntgenfoto’s. Zo achterhalen zij hoe verwondingen zijn ontstaan.
Wat houdt forensische geneeskunde volwassenen in?
Het vakgebied forensische geneeskunde volwassenen bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) omvat het forensisch onderzoek naar uitwendige letsels bij levende en overleden volwassenen.
De forensisch arts onderzoekt in dienst van de rechtsgang letsels aan de buitenkant van het lichaam bij levende en overleden volwassen personen. Ook onderzoekt de forensisch arts medische dossiers en radiologisch beeldmateriaal (MRI, CT-scan en röntgenfoto’s), om bijvoorbeeld te bekijken hoe een steekwond er van binnen uitziet en hoe diep de steekwond is.
Een voorbeeld: een lijk in het meer
Op de bodem van een meer vinden duikers een lijk. Ze waarschuwen de politie. Op de plek die de duikers hebben aangegeven, vindt de politie het lijk, waarna het lichaam naar de oppervlakte wordt gehaald. De politie wordt bijgestaan door de arts van het NFI, die nauwlettend in de gaten houdt of er beschadigingen aan het lichaam optreden bij de werkzaamheden. Als het lichaam boven water komt, constateert de arts 'lijkvlekken' aan de bovenkant van het lichaam.
De forensische geneeskundige is gespecialiseerd in het onderzoeken en interpreteren van naar uitwendige letsels bij levende en overleden volwassenen.
Onderzoeksvragen
Wij geven zo mogelijk antwoord op vragen zoals:
- Welke letsels en/of afwijkingen zijn geconstateerd?
- Welke krachten waren nodig om deze letsels te veroorzaken?
- Wat is de datering van letsels en wat zijn de mogelijke restgevolgen?
- Wat is de waarschijnlijkheid van de (combinatie van) letsels in het licht van (specifieke) hypotheseparen?
Onze focus ligt op een wetenschappelijk onderbouwde interpretatie, met bewijskracht van bevindingen onder de gegeven hypothesen.
Onderzoeksmogelijkheden
De forensisch arts onderzoekt de toestand van het lichaam, onder andere aan de hand van:
- Lijkvlekken, die ontstaan als gevolg van het uitzakken van bloed naar de laagst gelegen plekken, waardoor ze een indicatie geven van hoe het lichaam heeft gelegen bij overlijden en de eerste uren daarna.
- Lichaamstemperatuur, omgevingstemperatuur, gewicht en correctiefactoren die samen een indicatie geven van wanneer de persoon is overleden.
- Bij vermoeden van een zedenmisdrijf neemt hij sporen af uit de lichaamsopeningen.
Onderzoekstechnieken
De forensisch arts gaat als volgt te werk om letsel zichtbaar te maken:
- In de eerste plaats maakt de forensisch arts gebruik van zijn ogen: van dat wat hij waarneemt en wat hem daarbij vanuit zijn vakkennis en ervaring opvalt.
- Met behulp van forensische lichtbronnen kan de arts letsels beter zichtbaar maken. De vorm en het patroon van het letsel kunnen bijvoorbeeld een aanwijzing geven voor het voorwerp waarmee het letsel is veroorzaakt.
- Het bemonsteren van sporen in het lichaam, bijvoorbeeld sperma of speeksel.
- Literatuurstudie, bijvoorbeeld om te achterhalen in hoeverre bepaald letsel dodelijk kan zijn, in hoeverre bepaalde stoffen in een oog tot blindheid kunnen leiden of welk letsel in de literatuur beschreven is bij verkrachtingszaken.
Mogelijke uitkomsten
In het voorbeeld van het lijk in het meer zou het onderzoek de volgende resultaten kunnen opleveren:
- De lijkvlekken wijzen erop dat de persoon op zijn buik heeft gelegen bij overlijden. Bij vondst lag het lichaam op zijn rug, wat erop duidt dat het lichaam na het overlijden is verplaatst.
- Het moment van overlijden was waarschijnlijk een aantal uren voor het tijdstip waarop de verdachte een vlucht naar het buitenland zou hebben genomen.
- De vorm en het patroon van de bloeduitstortingen komen meer overeen met de kenmerken van een mes dan met de kenmerken van een priem.
- Het letsel past meer bij vallen dan bij slaan.